ECLI:NL:RBDHA:2023:8008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig geacht relaas over toegedichte homoseksualiteit
Een asielzoeker uit Gambia heeft een verblijfsvergunning asiel aangevraagd vanwege vrees voor vervolging wegens toegedichte homoseksualiteit. Hij stelde dat dorpsgenoten hem als homoseksueel zagen vanwege zijn omgang met een buurman die als homoseksueel werd beschouwd.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag als ongegrond heeft afgewezen. De tegenstrijdigheden in de verklaringen over het moment en de bron van de toegedichte homoseksualiteit en het ontbreken van directe problemen voor eiser zelf, ondermijnden de geloofwaardigheid.
De rechtbank overwoog dat de vrees van eiser voornamelijk gebaseerd was op verklaringen van derden en dat het tijdsverloop en het ontbreken van concrete incidenten de aannemelijkheid niet versterkten. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van toegedichte homoseksualiteit.