ECLI:NL:RBDHA:2023:8016
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- D. Schuiling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na uitspraak op samenhangend beroep in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft bij besluit van 2 november 2021 een afwijzing gekregen op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hiertegen maakte hij bezwaar, dat op 29 maart 2022 ongegrond werd verklaard door verweerder. Vervolgens stelde verzoeker beroep in tegen dit besluit, geregistreerd onder zaaknummer NL22.5426.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tijdens de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter overwoog dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is en dat het verzoek om voorlopige voorziening tijdens bezwaar gelijkgesteld wordt met een verzoek tijdens beroep.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het samenhangende beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is zonder zitting gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het samenhangende beroep.