Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop handhavend op te treden tegen de aanplant van houtsingels op zijn perceel, stellende dat deze in strijd zijn met het bestemmingsplan en het bijbehorende Landschapsplan. Verweerder wees het verzoek af, stellende dat de aanplant niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat geen omgevingsvergunning vereist is.
De rechtbank oordeelt dat het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting bevat om landschapsmaatregelen conform het Landschapsplan aan te leggen en in stand te houden. De rechtbank stelt dat de aanplant van de houtsingels, die haaks staan op de zichtlijnen en het uitgangspunt van openheid in het Landschapsplan, strijdig gebruik oplevert en daarmee een overtreding van het bestemmingsplan vormt.
De opschortende voorwaarde in het bestemmingsplan is niet van toepassing omdat uitvoering van het beplantingsplan reeds heeft plaatsgevonden. De rechtbank volgt eiser in de uitleg dat het Landschapsplan een verbindende verplichting inhoudt en dat de aanplant niet in lijn is met de openheid en zichtlijnen die het plan beoogt te waarborgen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.