ECLI:NL:RBDHA:2023:8047
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Portugal
Verzoekers hebben een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Portugal als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat op dezelfde dag al een uitspraak is gedaan op het beroep (zaaknummer NL23.12640), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op hetzelfde moment uitspraak is gedaan op het beroep.