ECLI:NL:RBDHA:2023:8048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op 20 juli 2022 op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is reeds zevenmaal eerder getoetst en steeds als rechtmatig beoordeeld. De rechtbank sluit het vooronderzoek en behandelt de zaak zonder zitting.
Eiser voert vrijwel dezelfde gronden aan als bij de laatste beoordeling op 16 mei 2023, waarop de maatregel als rechtmatig werd bevestigd. De rechtbank constateert dat sinds die datum slechts zestien dagen zijn verstreken en dat eiser niet heeft gereageerd op de voortgangsrapportage. De gegevens tonen aan dat eiser wederom niet is gepresenteerd voor vertrekgesprekken.
De rechtbank ziet geen nieuwe omstandigheden die het voortduren van de maatregel onrechtmatig maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.