ECLI:NL:RBDHA:2023:806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens Franse arbeidsongeschiktheidsverzekering
Eiser, houder van de Franse nationaliteit, ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw) en daarnaast een WIA-uitkering. Na melding van een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit Frankrijk stopte verweerder de bijstand en vroeg om nadere informatie. Eiser kon niet alle gevraagde specificaties aanleveren, waarna de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 1 oktober 2018 tot en met 31 augustus 2020.
Eiser stelde dat hij direct melding had gemaakt van de Franse uitkering en dat verweerder te lang stil had gezeten, ook betoogde hij dat de terugvordering niet in verhouding stond tot zijn financiële situatie. Verweerder handhaafde het besluit op basis van beleidsregels die terugvordering toestaan wanneer sprake is van onverschuldigde betaling, tenzij dringende redenen of bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid tot herziening en terugvordering. Er waren geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden die terugvordering in de weg stonden. De stelling van eiser dat hij mocht vertrouwen op het niet hoeven terugbetalen van het bedrag werd verworpen, mede omdat verweerder tijdig om informatie had gevraagd en de terugvordering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.