ECLI:NL:RBDHA:2023:8077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Eervol ontslag militair na intrekking Verklaring van Geen Bezwaar zonder schorsende werking hoger beroep
Een militair kreeg eervol ontslag verleend nadat zijn Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) was ingetrokken door de minister van Binnenlandse Zaken. De militair voerde in beroep aan dat het hoger beroep tegen de intrekking van zijn VGB nog loopt en dat het ontslag daardoor onterecht en onevenredig is.
De rechtbank oordeelt dat het hoger beroep geen schorsende werking heeft, waardoor het besluit tot intrekking van de VGB van kracht blijft. De militair had een voorlopige voorziening kunnen aanvragen om de intrekking te schorsen, maar heeft dit nagelaten. Verweerder heeft bovendien gewacht met het ontslag totdat de rechtbank uitspraak deed over het beroep tegen de intrekking van de VGB en de minister-president verleende medewerking aan het ontslag.
De rechtbank stelt vast dat het ontslag eervol is verleend, waarmee recht wordt gedaan aan de goede staat van dienst van de militair en zijn recht op uitkeringen blijft behouden. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De militair hoeft de proceskosten niet vergoed te krijgen.
De rechtbank benadrukt dat de situatie van de militair niet vergelijkbaar is met eerdere uitspraken over lidmaatschap van een zogenoemde 'OMG', omdat het ontslag hier is gebaseerd op het intrekken van de VGB en niet op het lidmaatschap van de motorvereniging Veterans MC. De militair kan in hoger beroep alsnog een herziening van het ontslagbesluit vragen als de intrekking van de VGB onterecht blijkt.
Uitkomst: Het beroep tegen het eervol ontslag wegens intrekking van de VGB wordt ongegrond verklaard.