ECLI:NL:RBDHA:2023:8154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 20 april 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 5 juli 2022 op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een verzoek om voorlopige voorziening alleen worden gedaan indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens zonder zitting geoordeeld dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is omdat het beroep reeds is behandeld in zaaknummer AWB 22/4636. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt daarom afgewezen en deze uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar en beroep reeds zijn behandeld.