ECLI:NL:RBDHA:2023:8177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling minderjarige na beëindiging ondertoezichtstelling
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling tussen een minderjarige en zijn moeder, ingediend door de gecertificeerde instelling. De moeder is sinds een eerdere beschikking niet verschenen en heeft zich niet gemeld bij de instelling, waardoor het contact met de minderjarige niet van de grond is gekomen.
De ondertoezichtstelling van de minderjarige zal naar verwachting niet worden verlengd, waardoor de gecertificeerde instelling geen rol meer zal spelen in het faciliteren van contactmomenten. De vader stemt in met het verzoek en erkent het belang van contact tussen de minderjarige en zijn moeder.
De kinderrechter oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is dat contact mogelijk blijft, maar gezien de onvoorspelbaarheid van de moeder en haar afwezigheid is het momenteel niet passend om een begeleide omgangsregeling vast te stellen. De moeder kan zich te allen tijde wenden tot een jeugdhulpaanbieder om in overleg met de vader toe te werken naar contactherstel.
De beschikking bepaalt dat voorlopig geen contact zal zijn tussen de moeder en de minderjarige, en deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Er wordt voorlopig geen contact toegestaan tussen de moeder en de minderjarige vanwege haar onvoorspelbare gezondheidstoestand en afwezigheid.