ECLI:NL:RBDHA:2023:8216
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoekster diende op 21 november 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 26 april 2022. De staatssecretaris nam op 26 april 2023 een inwilligend besluit op de aanvraag. Vervolgens trok verzoekster op 8 mei 2023 het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overwoog dat de beslistermijn van zes maanden door de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 met negen maanden was verlengd, wat rechtsgeldig was vastgesteld in eerdere jurisprudentie. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en zou het beroep niet-ontvankelijk zijn geweest als het niet was ingetrokken.
Omdat er geen ontvankelijk beroep was en geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen, wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.