ECLI:NL:RBDHA:2023:8220
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag, beroep niet-ontvankelijk
Eiser diende op 18 augustus 2021 een asielaanvraag in. De staatssecretaris stelde aanvankelijk dat Italië verantwoordelijk was voor de behandeling, waarna op 17 maart 2022 werd meegedeeld dat de aanvraag in de nationale procedure zou worden behandeld. De beslistermijn van zes maanden begon daardoor pas op 17 maart 2022 en eindigde op 17 september 2022.
Eiser stelde de staatssecretaris op 3 juni 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen, maar deze ingebrekestelling was prematuur aangezien de beslistermijn toen nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelde daarom dat het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De staatssecretaris stelde verzet in tegen de eerdere uitspraak die het beroep gegrond had verklaard. De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en deed zonder zitting uitspraak. De rechtbank hoefde geen proceskosten toe te kennen aan de verweerder en er is geen rechtsmiddel mogelijk tegen de beslissing op het verzet.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzet van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard.