ECLI:NL:RBDHA:2023:8223

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
NL23.16091
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 29 Dublinverordening (EU) nr. 604/2013Art. 42 Dublinverordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitsland op grond van Dublinverordening

Verzoeker, een Somalische vreemdeling, maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen overdracht aan Duitsland op 2 juni 2023. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om deze overdracht te voorkomen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de overdracht een beschikking is in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 en dat bezwaar en voorlopige voorziening openstaan. De overdrachtstermijn van zes maanden, voortvloeiend uit de Dublinverordening, liep volgens verweerder pas af op 2 juni 2023, de dag van de overdracht.

De voorzieningenrechter volgde dit standpunt en stelde vast dat de overdracht binnen de termijn plaatsvindt. Het bezwaar van verzoeker had daardoor geen redelijke kans van slagen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder hoefde geen proceskosten te betalen.

De uitspraak werd zonder zitting gedaan vanwege de spoedeisendheid en zonder dat partijen in hun belangen werden geschaad. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitsland wordt afgewezen omdat de overdracht binnen de wettelijke termijn plaatsvindt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16091

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. Y.M. Schrevelius),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Verweerder heeft aan verzoeker medegedeeld dat hij voornemens is om hem over te dragen aan Duitsland op vrijdag 2 juni 2023 om 11:00 uur.
Verzoeker heeft daartegen op 1 juni 2023 bezwaar gemaakt. Hij heeft verder op diezelfde datum de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om zijn overdracht te voorkomen.
Op verzoek van de voorzieningenrechter heeft verweerder daarop gereageerd.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verzoeker stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1999 en de Somalische nationaliteit te hebben.
Vrijstelling griffierecht
2. Verzoeker heeft een verzoek om vrijstelling van het griffierecht gedaan. Hij heeft een verklaring ingevuld waaruit blijkt dat hij geen inkomsten of vermogen heeft. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe.
Beoordelingskader
3. Op grond van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 wordt een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig voor de toepassing van Afdeling 7.2 van deze wet met een beschikking gelijkgesteld. De voorgenomen overdracht van verzoeker is als een zodanige handeling aan te merken. Daartegen staan de rechtsmiddelen van bezwaar en verzoek om een voorlopige voorziening open.
4. Als er voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
5. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter ook in geval van een niet-kennelijke afdoening uitspraak doen zonder een zitting te houden wanneer onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad. Gelet op het feit dat de voorgenomen overdracht van verzoeker op zeer korte termijn gepland staat, maakt de voorzieningenrechter van deze bevoegdheid gebruik.
Beoordeling
6. Bij besluit van 27 februari 2023 heeft verweerder bepaald dat verzoeker aan de Duitse autoriteiten zal worden overgedragen. Bij uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 16 mei 2023 (ECLI:NL:RBGEL:2023:2812) is het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
7. Verzoeker voert aan dat de uiterste overdrachtsdatum al verstreken is op de datum dat hij zal worden overgedragen aan Duitsland (2 juni 2023). Het claimakkoord dateert van 2 december 2022, zodat de uiterste overdrachtsdatum van zes maanden, uitgaande van 6 maal 30 dagen, op 31 mei 2023 is verstreken.
8. De voorzieningenrechter volgt verzoeker hierin niet. Uit artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening [1] volgt dat verzoeker uiterlijk binnen een termijn van zes maanden vanaf de aanvaarding van het verzoek om overname of terugname wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat. Uit het overdrachtsbesluit volgt dat Duitsland het terugnameverzoek op 2 december 2022 heeft aanvaard. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat op grond van artikel 42 van Pro de Dublinverordening de termijn voor overdracht afloopt aan het einde van vrijdag 2 juni 2023. Nu verzoeker binnen deze termijn wordt overgedragen, namelijk op 2 juni 2023 om 11:00 uur, is de overdrachtstermijn ten tijde van de overdracht nog niet verstreken. De geplande overdracht valt daarom binnen de zesmaandentermijn zoals genoemd in artikel 29 van Pro de Dublinverordening.
Conclusie
9. Bij deze stand van zaken heeft het bezwaar tegen de voorgenomen overdracht geen redelijke kans van slagen.
10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Het dictum is telefonisch doorgegeven op 1 juni 2023 om 16:02 uur aan de gemachtigde van verzoeker en om 16:03 uur aan de gemachtigde van verweerder.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013.