ECLI:NL:RBDHA:2023:8302
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen openbaarmaking boetebesluit Wet op de Kansspelen
Verzoekster, houder van een vergunning voor online gokspellen, kreeg een bestuurlijke boete van €400.000 opgelegd wegens het richten van reclame op jongvolwassenen tussen 18 en 24 jaar, wat volgens de Kansspelautoriteit een overtreding van de Wet op de Kansspelen is. Verzoekster maakte bezwaar tegen het boetebesluit en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van de openbaarmaking van dit besluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een voldoende spoedeisend belang omdat openbaarmaking onomkeerbaar is. De beoordeling van de rechtmatigheid van het boetebesluit zelf is echter een meer indringende toets die niet in deze voorlopige voorzieningsprocedure kan worden beantwoord. Daarom beperkte de rechter zich tot een belangenafweging.
De rechter stelde vast dat openbaarmaking past binnen de toezichthoudende taak van de Kansspelautoriteit en een afschrikkende werking heeft binnen de branche. Verzoekster kon geen zwaarwegende redenen aandragen die opwegen tegen het algemene belang van openbaarmaking. Ook was onvoldoende gebleken dat verzoekster door openbaarmaking in acute financiële nood zou komen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de openbaarmaking van het boetebesluit wordt afgewezen.