ECLI:NL:RBDHA:2023:8304
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit
Verzoekster diende bezwaar in tegen de hoogte van een aanvullende schadevergoeding toegekend door de Belastingdienst/Toeslagen. Na eerdere afwijzing van een voorlopige voorziening wegens gebrek aan spoedeisend belang, werd een nieuw verzoek ingediend dat eveneens werd afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende sprake was van een spoedeisend belang, ondanks de door verzoekster gestelde financiële nood en verslechterde gezondheid van een familielid. Deze stellingen werden niet voldoende onderbouwd met concrete financiële stukken of een concreet verband met het gevraagde oordeel.
Daarnaast werd overwogen dat het bestuursbesluit niet evident onrechtmatig is; er is geen ernstige twijfel of het besluit in een bodemprocedure stand zal houden. De rechtbank concludeerde daarom dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en omdat het besluit niet evident onrechtmatig is.