ECLI:NL:RBDHA:2023:8316
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking boetebesluit Kansspelautoriteit
De vennootschap verzoekster kreeg van de Kansspelautoriteit een boete van €12.640.000,- opgelegd wegens het zonder vergunning aanbieden van kansspelen aan Nederlandse consumenten. Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit tot openbaarmaking van deze boete en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van dit openbaarmakingsbesluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er weliswaar sprake was van een spoedeisend belang omdat openbaarmaking onomkeerbaar is, maar dat de voorlopige voorzieningenprocedure niet geschikt is om de rechtmatigheid van de boete zelf te beoordelen. De belangenafweging tussen het belang van verzoekster en het algemeen belang van de Kansspelautoriteit leidde tot het oordeel dat het algemeen belang zwaarder weegt.
Verzoekster stelde dat de publicatie onherstelbare reputatieschade zou veroorzaken en haar internationale bedrijfsvoering zou schaden. De voorzieningenrechter vond echter dat verzoekster onvoldoende concreet had gemaakt hoe zij daadwerkelijk wordt benadeeld. Bovendien is het openbaar maken van boetebesluiten een wettelijk toezichtinstrument met een preventieve werking.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen openbaarmaking van het boetebesluit wordt afgewezen.