Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaarschrift bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Partijen zijn het erover eens dat het beroep gegrond is. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van twee weken is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt de hoogte van de dwangsom conform artikel 8:55c van de Awb, aangezien verweerder deze niet heeft vastgesteld. Omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, bedraagt de dwangsom het maximale bedrag van €1.442,-. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Voor het geval verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een aanvullende dwangsom van €100,- per dag met een maximum van €7.500,- opgelegd. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 23 maart 2023.