Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
- De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 23 maart 2023;
- Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 30 april 2021 (p. 8-10).
4.De bewezenverklaring
van[bedrijf] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan
envergezeld van bedreiging met geweld tegen
[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door
[slachtoffer 1]op korte afstand van haar gezicht een mes te tonen en voor te houden en
heeftlaten aftrekken.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
22 (TWEE EN TWINTIG) DAGEN;
een werkstrafvoor de duur van
140 (honderdveertig) UREN;
70 (zeventig) DAGEN;
60 (zestig) UREN,subsidiair
30 (dertig) dagen vervangende jeugddetentie,niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich tot het einde van de proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 jaren, houdt aan de volgende voorwaarden:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet Pro op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
dadelijk uitvoerbaarzijn;
€ 500,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 juli 2021 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan
[naam 4];
[naam 4];