ECLI:NL:RBDHA:2023:8351
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
Verweerder heeft op 3 februari 2023 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel bevestigd tot 10 maart 2023 en dit is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bekrachtigd.
In deze procedure toetst de rechtbank ambtshalve of de maatregel nog voldoet aan de eisen van het Unierecht, mede op basis van een voortgangsrapportage en de reactie van eiser. De rechtbank stelt vast dat de Marokkaanse autoriteiten in beginsel meewerken aan de verstrekking van een laissez passer en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij de afgifte zullen weigeren.
Verder is gebleken dat verweerder voortvarend werkt aan de uitzetting, onder meer door recente contacten met de Marokkaanse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser. Eiser voldoet niet aan zijn verplichting tot actieve medewerking. Er is een reëel risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en geen garantie dat een lichter middel dan bewaring effectief zou zijn.
De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de maatregel van bewaring rechtmatig is en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onverkort rechtmatig en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.