ECLI:NL:RBDHA:2023:8357
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 4 april 2023, waarbij verzoeker niet aanwezig was wegens verhindering en de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat aangezien op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.8102), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier K.F.K. Hoogbruin op 14 april 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.