ECLI:NL:RBDHA:2023:836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning familie- of gezinslid wegens ontbreken bewijsstukken en middelenvereiste
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan om bij haar vader in Nederland te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat zij geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had, niet voldeed aan het middelenvereiste en niet alle benodigde bewijsstukken had overgelegd, zoals een gelegaliseerde geboorteakte en toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder.
Eiseres stelde vrijstelling van het mvv-vereiste te kunnen krijgen omdat zij als minderjarige al drie jaar feitelijk in Nederland verblijft en betwistte het middelenvereiste met een medisch advies over de arbeidsongeschiktheid van haar vader. Ook voerde zij aan dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro onjuist was en dat haar hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres had kunnen weten welke bewijsstukken vereist waren en dat zij deze niet had overgelegd, ook niet in bezwaar. Het enkele overleggen van een familieboekje volstond niet. Het paspoort dat zij in beroep toonde, kon niet worden meegewogen vanwege de ex tunc-toetsing. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt en het belang van de Nederlandse samenleving woog zwaarder dan het persoonlijke belang van eiseres.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat artikel 9 IVRK Pro niet werd geschonden omdat het gezinsleven in Marokko kan worden voortgezet. De hoorplicht was niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van vereiste bewijsstukken en het niet voldoen aan het middelenvereiste.