ECLI:NL:RBDHA:2023:8363

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2023
Publicatiedatum
9 juni 2023
Zaaknummer
NL22.23037
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na uitspraak beroep

Verzoeker heeft bij besluit van 10 november 2022 geen uitstel van vertrek gekregen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat op 2 maart 2023 ongegrond werd verklaard door verweerder. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit, geregistreerd onder zaaknummer NL23.9794.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 31 mei 2023 gezamenlijk behandeld. Tijdens de zitting waren verzoeker, verweerder, hun gemachtigden, de moeder van verzoeker en een tolk aanwezig. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank op 8 juni 2023 uitspraak gedaan op het beroep.

Omdat de rechtbank op die datum uitspraak deed op het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23037

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S.A.S. Jansen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.P.M. Wuite).

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder ambtshalve bepaald dat aan verzoeker geen uitstel van vertrek wordt verleend, als bedoeld in artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 2 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.9794.
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek op 31 mei 2023 op zitting behandeld. Verzoeker en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Ook is de moeder van verzoeker, evenals een tolk verschenen. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar of beroep aanhangig is. Op grond van het vijfde lid wordt het verzoek om voorlopige voorziening hangende het bezwaar gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.