ECLI:NL:RBDHA:2023:8363
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na uitspraak beroep
Verzoeker heeft bij besluit van 10 november 2022 geen uitstel van vertrek gekregen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat op 2 maart 2023 ongegrond werd verklaard door verweerder. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit, geregistreerd onder zaaknummer NL23.9794.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 31 mei 2023 gezamenlijk behandeld. Tijdens de zitting waren verzoeker, verweerder, hun gemachtigden, de moeder van verzoeker en een tolk aanwezig. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank op 8 juni 2023 uitspraak gedaan op het beroep.
Omdat de rechtbank op die datum uitspraak deed op het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan op het beroep.