ECLI:NL:RBDHA:2023:8366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herleving WW-uitkering wegens niet voldoen aan voorwaarden en verstreken uitkeringsduur
Eiser had een WW-uitkering toegekend gekregen die liep tot 19 februari 2021. De uitkering werd ingetrokken per 1 januari 2021 omdat eiser geen formulier inkomstenopgave over januari 2021 had ingediend, ondanks een herinnering en mogelijkheid tot indiening.
Eiser vroeg op 10 mei 2021 herleving van de WW-uitkering aan, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat de uitkeringsduur al was verstreken en niet werd voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor herleving zoals opgenomen in artikel 20 en Pro 21 van de WW.
Eiser voerde aan dat de intrekking onzorgvuldig en onevenredig was en dat hem niet te verwijten viel dat hij geen bezwaar had gemaakt tegen de intrekking, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet relevant was voor de beoordeling van de herlevingsaanvraag.
De rechtbank benadrukte dat herleving alleen mogelijk is indien de uitkering is geëindigd op grond van specifieke situaties (artikel 20, lid 1, onder c of d WW), wat hier niet het geval was. Daarom kon het beroep niet slagen en werd het bestreden besluit gehandhaafd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.G. Meeder op 9 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herleving van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.