De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds april 2023 onder voorlopige ondertoezichtstelling staat. Na een periode van schijnbare gedragsverbetering keerde het problematische gedrag terug, met escalaties en geweld naar de moeder toe. De moeder was overbelast en de vader kon de zorg niet overnemen.
De kinderrechter behandelde het verzoek op 25 mei 2023 en concludeerde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is om de minderjarige te laten meewerken aan de benodigde hulpverlening, waaronder een detoxbehandeling bij de Brijder. De minderjarige heeft spijt betuigd en wil meewerken, maar dit lukt niet in de thuissituatie.
De machtiging wordt verleend voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling tot 4 juli 2023, met onmiddellijke uitvoerbaarheid. Zowel de ouders als de minderjarige stemmen in met het verzoek. Het doel is om de minderjarige in een veilige omgeving te laten verblijven waar professionele hulpverlening kan worden gegarandeerd.