ECLI:NL:RBDHA:2023:8396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering toegang en uitzetting naar Turkije
Verzoeker, een Turkse nationaliteit dragende persoon, werd op 2 juni 2023 bij aankomst op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd omdat hij niet beschikte over een geldig visum of verblijfsvergunning. Verzoeker beriep zich op de Richtlijn tijdelijke bescherming en stelde dat hij recht had op verblijf zonder reguliere verblijfsvergunning. Hij had bovendien al ruim een jaar in Nederland gewoond en gewerkt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het administratief beroep tegen de toegangsweigering geen redelijke kans van slagen had. Verzoeker was vrijwillig teruggekeerd naar Turkije om zijn echtgenote en kind te bezoeken, terwijl de Richtlijn tijdelijke bescherming niet toestaat zonder voorafgaande toestemming Nederland te verlaten en weer binnen te komen. Volgens het Vreemdelingenbesluit 2000 blijft uitzetting mogelijk als de vreemdeling naar het land van herkomst is teruggekeerd.
Daarom was de weigering van toegang op 2 juni 2023 terecht en kon het bezwaar tegen de uitzetting niet slagen. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en bepaalde dat verweerder geen proceskosten of griffierecht hoeft te vergoeden. De uitspraak werd zonder zitting gedaan vanwege de onverwijlde spoed.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van toegang en uitzetting naar Turkije wordt afgewezen.