Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
[de vrouw01] ,
advocaat: mr. A.L. Witteveen, te Rotterdam,
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en tot machtiging voor uithuisplaatsing bij de moeder waar de minderjarige feitelijk verblijft. De kinderrechter heeft op 3 mei 2023 de zaak behandeld, waarbij de minderjarige in raadkamer werd gehoord en één van de moeders niet persoonlijk verscheen.
De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 12 mei 2023 en het verzoek betrof een verlenging van negen maanden en een machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden. De situatie is complex door spanningen tussen de moeder waar de minderjarige verblijft en de andere moeder, waarbij de jeugdbeschermer ernstige zorgen uitte over de veiligheid en opvoedsituatie bij de moeder waar de minderjarige feitelijk woont.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling aanwezig zijn, maar dat de gronden voor machtiging tot uithuisplaatsing onvoldoende zijn. De geplande overgang van de minderjarige naar de andere moeder wordt als wenselijk en noodzakelijk beschouwd, mede vanwege de veiligheid en het welzijn van het kind. De machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder waar de minderjarige nu verblijft wordt afgewezen, zodat de plaatsing bij de andere moeder kan plaatsvinden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd en het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen zodat de minderjarige bij de moeder met gezag kan worden geplaatst.