Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser 1] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Beslissing
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Iraakse nationaliteit, dienden op 3 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder stelde de aanvraag op 7 maart 2022 buiten behandeling omdat eisers niet binnen een hersteltermijn van 49 minuten de ontbrekende stukken hadden aangeleverd.
Eisers voerden aan dat zij vooraf niet waren gewezen op ontbrekende informatie en dat de hersteltermijn onredelijk kort was. De rechtbank oordeelde dat de korte termijn begrijpelijk was gezien de geplande uitzetting op 8 maart 2022 en het feit dat het de derde aanvraag betrof zonder onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eisers zijn vrijgesteld van griffierecht, maar krijgen geen kostenvergoeding. De rechtbank passeerde een onjuiste motivering in het bestreden besluit zonder gevolgen voor de uitkomst.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de verblijfsvergunningaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.