ECLI:NL:RBDHA:2023:849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Litouwen
De verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 december 2022 van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft in een gelijktijdige uitspraak het beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond is afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier E.C. Jacobs en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.