ECLI:NL:RBDHA:2023:8505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 16 juli 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op 9 maart 2022 wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en weigerde tevens een verblijfsvergunning regulier toe te kennen. De rechtbank behandelde het beroep op 12 mei 2023.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig zou zijn. Diverse punten van kritiek van de staatssecretaris, zoals het gebrek aan concrete details over de rebellen in Senegal en Gambia, het terugkeren naar Brikama ondanks dreigingen, en het vaag zijn over de brandstichting en bedreigingen, zijn door de rechtbank verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank benadrukt dat eiser plausibele verklaringen gaf over zijn beperkte kennis van de rebellen, zijn beperkte opleidingsniveau en de context van zijn situatie. Ook het feit dat eiser zich tijdelijk verdekt heeft opgesteld in Brikama wordt als begrijpelijk beoordeeld.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het asielrelaas opnieuw en zorgvuldig moet worden beoordeeld. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.