ECLI:NL:RBDHA:2023:851
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsdoel arbeid en niet verlenging zoekjaar hoogopgeleide
Eiser, een Namibische hoogopgeleide, had een verblijfsvergunning voor een zoekjaar na afronding van zijn studie in Nederland. Hij vroeg om verlenging van deze vergunning en wijziging van het verblijfsdoel naar arbeid in loondienst bij een horecaonderneming. Verweerder wees de aanvraag af op basis van negatieve arbeidsmarktadviezen van het UWV, die stelden dat eiser niet tot het prioriteitgenietend aanbod behoorde en dat de referent onvoldoende inspanningen had verricht om de vacature aan te melden.
Eiser voerde aan dat de coronacrisis zijn positie op de arbeidsmarkt had beïnvloed en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat de regelgeving geen verlenging van het zoekjaar toestaat en dat de negatieve adviezen van het UWV terecht zijn gevolgd. Ook was er geen sprake van schending van de hoorplicht, omdat er geen redelijke twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van connexiteit. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging verblijfsdoel en niet verlenging van de verblijfsvergunning zoekjaar is ongegrond verklaard.