ECLI:NL:RBDHA:2023:8515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 6 april 2023 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat op dezelfde dag in een andere zaak (NL23.10503) uitspraak is gedaan op het beroep zelf.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen.