ECLI:NL:RBDHA:2023:852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing inburgeringsexamen bij verblijf bij familielid
Eiseres, een Iraakse vrouw gehuwd met een Nederlandse echtgenoot, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf onder de beperking verblijf bij familie. Verweerder wees dit verzoek af wegens het niet voldoen aan de inburgeringseis en het ontbreken van ontheffing op grond van bijzondere individuele omstandigheden.
Eiseres voerde aan dat haar lage opleidingsniveau, analfabetisme, problemen met elektriciteit en internet in Irak, en medische omstandigheden van haar en haar echtgenoot onvoldoende waren meegewogen. Ook stelde zij dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro ten onrechte in haar nadeel was uitgevallen en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij zich passend had ingespannen voor het inburgeringsexamen, mede omdat zij pas laat het lesmateriaal bestelde en geen bewijs leverde van blijvende belemmeringen. Medische omstandigheden werden niet tijdig ingebracht en konden niet leiden tot ontheffing. De belangenafweging was zorgvuldig en het gezinsleven kon ook in Irak worden voortgezet. De hoorplicht was niet geschonden omdat geen redelijke twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wegens het niet voldoen aan de inburgeringseis wordt ongegrond verklaard.