ECLI:NL:RBDHA:2023:8523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoekers zijn op 15 juni 2022 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op hun aanvraag. Nadat verzoekers beroep hadden ingesteld, heeft verweerder alsnog op 1 augustus 2022 een besluit genomen. Verzoekers trokken daarop het beroep in en verzochten de rechtbank om verweerder te veroordelen tot vergoeding van hun proceskosten.
De rechtbank overweegt dat verweerder geen bezwaar heeft tegen het betalen van de proceskosten. Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep heeft beslist, is er recht op vergoeding van proceskosten volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Vanwege de aard van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener wordt een vast bedrag toegekend, verminderd met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank beschouwt de zaken als samenhangend en beperkt daarom de vergoeding tot het bedrag dat voor één zaak toegekend wordt. Daarnaast wordt het betaalde griffierecht van €184,- aan verzoekers vergoed. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €184,- wegens overschrijding van de beslistermijn.