ECLI:NL:RBDHA:2023:8525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam verweerder alsnog een beslissing. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank overweegt dat verweerder geen bezwaar maakt tegen het betalen van de proceskosten. Omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, is vergoeding van proceskosten op zijn plaats. De vergoeding wordt vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een vast bedrag voor het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een lagere wegingsfactor vanwege de beperkte aard van de procedure.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. Er zijn geen andere kosten toegekend omdat de procedure alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.