ECLI:NL:RBDHA:2023:853
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij overdracht asielaanvraag naar Duitsland
Verzoekster, van Syrische afkomst, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 18 januari 2023 was verzoekster niet aanwezig wegens verhindering, terwijl de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu in een gerelateerde zaak uitspraak was gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht van de asielaanvraag naar Duitsland is afgewezen.