Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Indien zorg is verleend die aan verzekerden doorgaans zonder verwijzing of
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument EU/EER, gebaseerd op haar zwangerschap van een kind dat na geboorte de Nederlandse nationaliteit zal hebben. De aanvraag is afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die stelde dat verzoekster nog niet de ouder is van een minderjarig Nederlands kind en daarom geen afgeleid verblijfsrecht heeft.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat zonder verblijfsrecht de kosten van de bevalling te hoog zijn en zij mogelijk terug moet keren naar Irak. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake is van spoedeisend belang, omdat verzoekster niet zal worden uitgezet en zij recht heeft op noodzakelijke medische zorg, waaronder verloskundige zorg, die ook in de praktijk wordt vergoed.
Daarnaast is het niet aannemelijk gemaakt dat verzoekster in acute financiële nood verkeert. De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit niet evident onrechtmatig is, omdat de jurisprudentie van het HvJEU niet ondersteunt dat verzoekster vóór de geboorte al een afgeleid verblijfsrecht heeft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is definitief zonder mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het besluit is niet evident onrechtmatig.