De zaak betreft een verzoek van een gecertificeerde instelling om twee minderjarige kinderen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie voor jeugdhulp, waaronder een gesloten accommodatie voor één van de kinderen. De kinderrechter heeft eerder spoedmachtigingen verleend, maar na nader onderzoek en zitting oordeelt de rechter dat de zwaarwegende gronden voor uithuisplaatsing buiten het netwerk onvoldoende aanwezig zijn.
De kinderen verbleven voor de spoeduithuisplaatsing al bij de grootouders, die hun thuisbasis vormen. Er zijn zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen, mede door incidenten met fysiek geweld en meldingen bij Veilig Thuis. De moeder en grootouders erkennen de problemen, maar willen zich inzetten om de plaatsing bij de grootouders te laten slagen. De kinderrechter benadrukt dat uithuisplaatsing buiten het netwerk een laatste redmiddel is.
De rechter acht ambulante spoedhulp en duidelijke veiligheidsafspraken noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen, waarbij de kinderen niet zonder begeleiding bij de moeder mogen zijn. Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing wordt afgewezen, en het verzoek tot opname in een gesloten accommodatie is ingetrokken. De uitspraak is mondeling gegeven op 2 juni 2023 en schriftelijk vastgesteld op 13 juni 2023.