ECLI:NL:RBDHA:2023:8632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens twijfel identiteit en ontbreken reëel risico op ernstige schade
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 18 oktober 2022 een asielaanvraag in in Nederland. Hij gaf aan problemen met de politie te hebben gehad in Algerije en een beter leven in Europa te willen opbouwen. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn identiteit, met name zijn geboortedatum, niet aannemelijk had gemaakt. Dit bleek uit verschillende geboortedata die in diverse Europese landen waren geregistreerd en het ontbreken van originele documenten ter onderbouwing.
Eiser betoogde dat zijn verklaringen consistent en aannemelijk waren en dat verweerder had moeten doorvragen of het voordeel van de twijfel had moeten geven. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende gemotiveerd had vastgesteld dat er twijfel bestond over de identiteit van eiser en dat hij voldoende gelegenheid had gehad om documenten te overleggen.
Daarnaast achtte de rechtbank niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer in Algerije een reëel risico op ernstige schade loopt. Hoewel de problemen met de politie geloofwaardig werden geacht, was niet aannemelijk dat deze zich zouden herhalen. Het enkele feit dat eiser werd geslagen, was onvoldoende voor het verlenen van een verblijfsvergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege twijfel over identiteit en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade.