ECLI:NL:RBDHA:2023:8654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf bij meerderjarig kind wegens ontbreken beschermenswaardig familie- en gezinsleven
Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen wegens het ontbreken van een beschermenswaardig familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, omdat geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht het voordeel van de twijfel gaf over de identiteit en familierechtelijke relatie, maar dat de gestelde afhankelijkheid onvoldoende was onderbouwd. Financiële en materiële ondersteuning door de zoon was niet aantoonbaar en de hulpbehoevendheid van eiseres onvoldoende bewezen. Ook de belangenafweging, waarbij het belang van de Nederlandse staat bij een strikt toelatingsbeleid zwaarder woog dan het belang van eiseres, werd als juist beoordeeld.
Eiseres voerde aan dat zij hulpbehoevend is en geen andere familie of sociale steun heeft, maar de rechtbank vond dat verweerder terecht concludeerde dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitviel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.