ECLI:NL:RBDHA:2023:866
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en definitieve tegemoetkoming NOW-3 bij loonsomcorrectie
Eiseres, exploitant van een dames- en herenkapsalon, heeft een tegemoetkoming op grond van de NOW-3 aangevraagd voor het laatste kwartaal van 2020. Na een voorlopige toekenning en voorschotbetaling heeft verweerder de definitieve tegemoetkoming vastgesteld op een lager bedrag en het teveel betaalde voorschot teruggevorderd.
Eiseres betwist de berekening, met name het meenemen van de loonsom van een ex-werkneemster die in juni 2020 ziek was en per 30 juni 2020 uit dienst trad. Zij stelt dat hierdoor sprake is van een onjuiste loonsomreferentie en pleit voor een correctie die leidt tot een hogere definitieve tegemoetkoming en lagere terugvordering.
De rechtbank oordeelt dat de regeling uitgaat van de totale loonsom van werknemers die in juni 2020 in dienst waren en loon ontvingen, waaronder de ex-werkneemster valt. De loonsomcorrectie voor omzetverlies bij daling van de loonsom is niet van toepassing, omdat dit de prikkel om werknemers in dienst te houden zou wegnemen. De berekening van verweerder is daarom juist en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het te veel betaalde voorschot bevestigd.