ECLI:NL:RBDHA:2023:869
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielaanvraag
Verzoeker, een Syrische asielzoeker, en zijn minderjarige dochter hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van het Dublin-verdrag, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 30 januari 2023 te Groningen, waarbij beide partijen aanwezig waren met hun gemachtigden en een tolk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep, een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak op dezelfde dag is behandeld.