ECLI:NL:RBDHA:2023:8707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling Marokko
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Marokkaanse vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 21 april 2023. Het geschil betrof de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel na die datum.
Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, omdat er geen reactie was gekomen op de laissez-passer-aanvraag en hij niet was gepresenteerd aan de Marokkaanse autoriteiten. De staatssecretaris overhandigde gegevens waaruit bleek dat in de periode januari tot mei 2023 meerdere lp-aanvragen en uitzettingen hadden plaatsgevonden. Tevens was er sprake van voortvarendheid in het uitzettingstraject, waaronder meerdere rappelleringen en vertrekgesprekken.
De rechtbank concludeerde dat het zicht op uitzetting niet ontbrak en dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelde. Ook werd meegewogen dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn terugkeer. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een verzwaarde belangenafweging rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.