ECLI:NL:RBDHA:2023:8708
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij verzet tegen Dublin-overdracht minderjarige asielzoeker
Verzoeker, een asielzoeker, heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak waarin zijn beroep tegen een Dublin-overdracht naar Oostenrijk ongegrond werd verklaard. Hij stelde minderjarig te zijn en overhandigde een Taskera als bewijs, een document uit Afghanistan. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening om overdracht uit te stellen totdat het verzet was behandeld.
De rechter concludeerde dat het verzet beperkt getoetst moet worden op de vraag of de rechtbank terecht een vereenvoudigde procedure heeft gevolgd. Verzoeker kon onvoldoende aannemelijk maken dat hij minderjarig is, omdat Oostenrijk en Nederlandse autoriteiten hem als meerderjarig hebben geregistreerd en leeftijdsonderzoeken dat bevestigen.
De Taskera, gebaseerd op een schatting van het uiterlijk, vermeldde een geboortejaar dat niet overeenkomt met eerdere verklaringen van verzoeker. Hierdoor vond de voorzieningenrechter geen reden om de meerderjarigheid in twijfel te trekken en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De overdracht aan Oostenrijk kon doorgaan zonder dat verweerder proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft.