Uitspraak
Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 10 februari 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat hij bedreigd werd door een maffiafamilie vanwege eerwraak, voortkomend uit conflicten van zijn overleden broers met deze maffia.
De rechtbank beoordeelde dat de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig waren, maar liet de geloofwaardigheid van de bedreiging in het midden en oordeelde dat de zwaarwegendheid onvoldoende was. De staatssecretaris vond dat eiser geen persoonlijk doelwit was en dat de dreiging van 25 jaar geleden onvoldoende was voor aannemelijke vrees.
Eiser betoogde dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was, met name omdat niet was gemotiveerd waarom de duiding van eerwraak niet werd gevolgd, terwijl tijdsverloop bij eerwraak geen rol speelt. De rechtbank stelde vast dat het besluit een motiveringsgebrek bevatte en vernietigde het besluit op die grond.
Tegelijkertijd oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris de rechtsgevolgen van het besluit voldoende had gemotiveerd, waardoor deze in stand konden blijven. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.