Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
achthonderdzevenendertig euro).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 23 maart 2023 waarin de asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Zweden verantwoordelijk werd geacht. Verweerder heeft dit besluit op 1 juni 2023 ingetrokken en aangeboden de proceskosten te vergoeden.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling en het stellen van een termijn voor een nieuwe beslissing. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan het beroep tegemoet is gekomen en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling toe tot een bedrag van € 837,--.
Het verzoek om een termijn te stellen voor een nieuwe beslissing wordt afgewezen omdat de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken, aangezien Nederland nog niet verantwoordelijk is gesteld voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 16 juni 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van € 837 en wijst het verzoek om een termijn voor nieuwe beslissing af.