ECLI:NL:RBDHA:2023:8766
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opeisen dwangsom wegens niet tijdig beslissen op Wbp-verzoek
Eiseres heeft op 2 augustus 2016 verzoeken ingediend bij de gemeente Westland op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De gemeente heeft slechts gedeeltelijk op het Wob-verzoek beslist en heeft het Wbp-verzoek niet tijdig beantwoord. Eiseres stelde de gemeente op 14 november 2016 in gebreke en eiste later een dwangsom wegens het uitblijven van een beslissing.
De gemeente stelde dat zij tijdig had beslist en dat er geen dwangsommen waren verbeurd. De rechtbank oordeelde echter dat het besluit van 16 augustus 2016 niet aan eiseres was bekendgemaakt en dat de ingebrekestelling niet onredelijk laat was ingediend. Hierdoor was de beslistermijn overschreden en was de maximale dwangsom verbeurd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover daarin werd geoordeeld dat de beslistermijn niet was overschreden en bepaalde zelf dat de maximale dwangsom van €1260,- verschuldigd is. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Westland tot betaling van een maximale dwangsom van €1260,- wegens het niet tijdig beslissen op het Wbp-verzoek.