ECLI:NL:RBDHA:2023:877
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening ongegrond verklaard
Opposant stelde verzet in tegen de uitspraak van 15 november 2022 waarin het beroep kennelijk ongegrond werd verklaard en hij was overgedragen aan Italië. Hij voerde aan dat Italië de overdracht opschortte vanwege een tekort aan opvangplekken en dat hij geen passende medische opvang kreeg, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast.
De rechtbank beoordeelde in het verzet uitsluitend of de eerdere buiten-zittinguitspraak terecht was gedaan en concludeerde dat opposant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die twijfel konden doen ontstaan over de rechtmatigheid van de eerdere uitspraak. Het bericht over de opschorting van overdrachten betrof een gebeurtenis na de uitspraak en was geen nieuw feit dat tijdens de normale behandeling aangevoerd had kunnen worden.
De rechtbank stelde vast dat opposant zijn stellingen over gebrek aan opvang en asielprocedure niet met bewijs had onderbouwd en dat er geen aanwijzingen waren dat hij contact had gezocht met Italiaanse autoriteiten. Daarom was er geen reden om het verzet gegrond te verklaren en bleef de overdracht aan Italië in stand.
De rechtbank wees het verzet af en oordeelde dat verweerder niet verplicht is opposant terug te halen naar Nederland of zijn asielaanvraag inhoudelijk te behandelen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard en de overdracht blijft in stand.