ECLI:NL:RBDHA:2023:8788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag op 23 februari 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een soortgelijke zaak op zittingen op 29 maart 2023 en 1 juni 2023. Tijdens de zitting op 1 juni 2023 waren de gemachtigde van de staatssecretaris en een waarnemer van de gemachtigde van verzoeker aanwezig.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in zaaknummer NL23.6235, waarin het beroep op het bestreden besluit is behandeld. Gezien die uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen.