Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 16 mei 2023 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.12082) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Gezien de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de Staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan op 9 juni 2023 door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier S.J. Valk, en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker van € 837,00.