Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 13 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser al op 12 september 2019 een asielaanvraag in Duitsland had ingediend. Duitsland is daarom verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland onder onmenselijke omstandigheden had geleefd, medische hulp ontbrak, en dat hij een poging tot verkrachting had gemeld die niet werd opgevolgd. Tevens vreesde hij dat Duitsland hem zonder inhoudelijke behandeling zou terugsturen naar zijn land van herkomst en dat zijn gezondheidstoestand zou verslechteren bij overdracht.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Duitsland of dat zijn medische situatie zodanig is dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt. Eiser had geen bewijs geleverd van klachten bij Duitse autoriteiten of medische rapporten die een verslechtering bij overdracht aantonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.