Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
NJ1995/620). Hij was dus ambtenaar in de zin van artikel 44 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Dat hij niet daadwerkelijk in dienst was bij de gemeente maar op uitzendbasis werkzaamheden verrichtte, zoals de verdediging heeft aangevoerd, doet hier niet aan af. De aard van de werkzaamheden en de interne gezagsverhouding zijn immers doorslaggevend. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.8. De in beslag genomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
32 (TWEEËNDERTIG) MAANDEN;
8 (ACHT) MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
3 (DRIE) jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
van het rechttot uitoefening van enig beroep bij een (overheids)instantie – al dan niet op basis van een arbeidsovereenkomst of op uitzend- of detacheringsbasis – die zich bezighoudt met de afgifte van identiteitsdocumenten in de breedste zin van het woord voor de duur van
6 (ZES) jaren;